Los Hermanos

– atahualpa yupanqui

Talloos
velen tel ik tot verwanten

zovelen,
dat ik ze niet meer tellen kan.

En waar dan
ook zijn ze te vinden

te land,
ter zee of op de vlucht.

 

Ieder bezig
met zijn werk

ingesponnen
in zijn eigen droom.

Vol hoop
gelovend in een nieuwe morgen

en
mijmerend over dat wat vlood.

 

Talloos
velen tel ik tot verwanten

zovelen,
dat ik ze niet meer tellen kan.

 

Mensen met
een warme hand

vandaar de
vriendschap die wij delen.

Met lippen die
gebeden prevelen

met ogen
waarin ´n traan nog brandt

 

Zich
richtend op ´n perspectief

dat wenkt
en tegelijkertijd verschiet.

En steeds
de moed zich op te richten

en nemend
tegenslag voor lief.

 

Want

 

wat steeds
weer binnen bereik lijkt

verdwijnt ook
steeds weer in het niet.

Talloos
velen tel ik tot verwanten

zovelen,
dat ik ze niet meer tellen kan.

 

En zo gaan
we verder, zo gaan we voort.

Gehard en
teruggeworpen op onszelf

zoeken we steeds
een eigen weg

en keren
weer naar wie ons toebehoort.

 

We
schreeuwen ons hees

als we
elkaar herkennen in de verte

en kneden
woorden tot een poëem

dat als
zaad in het hart ontkiemt.

 

Zo gaan we verder,
zo gaan we voort.

Gehard en
teruggeworpen op onszelf

met onze
doden die in ons binnenst huizen,

die we
koesteren in hartekluizen

 

Talloos
velen tel ik tot verwanten

zovelen,
dat ik ze niet meer tellen kan

met daartussen
zij die steeds weer opdoemt

zij,

die zich onweerstaanbaar vrijheid noemt.

– videoclip over dit gedicht waarbij de tekst gezongen wordt door atahualpa yupanqui op: http://www.youtube.com/watch?v=h1IA2t7IdMY

""

http://www.youtube.com/watch?v=I4Wbmp6CQo8

consonant of dissonant

""

Op de naam Castro volgt – als interval bij een toonladder – welhaast vanzelfsprekend Cuba en Communisme. In de samentrekking communistisch cuba wijst het eptitheton ornans met stijve vinger naar dictatuur en naar alles wat dat inhoudt. Zelden is er iemand die bij Castro welhaast ‘atonaal’ de naam José Marti laat vallen. Terwijl het hedendaagse Cuba in alles voortbouwt op het revolutionaire vuur dat José Martí, de vader des vaderlands, ontstak.

De Cubaan José Martí, een tijdgenoot van Karl Marx en evenzeer als Marx bezield van
humanistische idealen, zette zich in voor de bevrijding van Zuid-Amerikaanse
landen uit de koloniale wurggreep van Europese landen en de imperialistische
klauwen van de Noorderbuur. Zette zich in voor het Zuid-Amerikaanse
zelfbewustzijn: voor nuestro america.

Net als Fidel dat deed bij de aanval op het Moncada complex en later bij de invasie, voegde Martí de daad bij het woord. Alleen Martí moest zijn dapperheid met de dood
bekopen. Als een te paard voor humanistische idealen strijdende revolutionair
staat zijn beeld in Amerika, in het Central Park van New York. Het is van de hand van de beeldhouwster Anna Hyatt Huntington. (zie bovenstaande afbeelding) http://www.newworldencyclopedia.org/entry/Anna_Hyatt_Huntington

Niet alleen is het merkwaardig dat een Cubaan zo prominent aanwezig is in het hart van het land dat Cuba op de knieën wil krijgen, het is evenzeer merkwaardig dat de vrijmetselarij  door toedoen van José Martí – hij was grootmeester – in Cuba nooit verboden is geweest, zoals de vrijmetselarij verboden was en is in landen die als communistisch te boek staan. (Over Martí en de vrijmetselarij: http://cubamason.foroactivo.net/t890-la-vida-de-jose-marti)

Quel humour dans l´histoire, zoals de Fransen het met een ingehouden grimlach zeggen. Zoals men, de muzikale metafoor volgend, Castro´s creativiteit in alle opzichten atonaal zou kunnen noemen: het nieuwe dat verschijnt als waarde op zich.

""Zoals hierboven de schaduw van José Martí waart door de afbeelding van Fidel, waart de herinnering aan José Martí door het centrum van Valencia. Op la plaza del Miracle del Mocadoret, een pleintje in de buurt van La Seu, de kathedraal van Valencia, staat in de schaduw van enkele sinaasappelbomen het huis waar José Martí met zijn ouders verbleef van 1857 tot 1859. Zij keerden vanuit Havana met hun vierjarig zoontje terug naar hun vaderland vanwege diens zwakke gezondheid.Ook met dat pleintje is in humanitaire zin iets merkwaardigs aan de hand, omdat het is vernoemd naar het wonder met de zakdoek (de mocador). Wat was er aan de hand: in 1413 onderbrak San Vicente Ferrer – de patroonheilige van Valencia – op dat pleintje zijn preek om zijn gehoor bij ingeving te wijzen op een familie die door honger dreigde te sterven. Niemand kende echter die familie noch wist waar die woonde. San Vicente Ferrer trok daarop zijn zakdoek en de wind blies de mocador naar het huis waarin die familie woonde. En zo werd die van de hongerdood gered. Wederom: quel humour dans l´histoire.

"Het

Het pleintje met het huis waarin José Martí met zijn ouders verbleef, met hieronder de gedenkinscriptie.

"" La Guantanamera is de titel van een gedicht dat José Martí schreef. Het is door talloze artiesten opgenomen. Uit een veelheid van opnames verwijs ik zowel naar de beroemde versie van Pete Seeger http://www.youtube.com/watch?v=X5JLCAIJLJ8 als naar het concertoptreden van de Buena Vista Social Club  http://www.youtube.com/watch?v=CuwsgGgNJtE&feature=related

Een uitstekende en toegankelijke inleiding op het werk van José Martí is verschenen in de reeks Interkulturelle Bibliothek: José Martí interkulturell gelesen. Het is geschreven door Raúl Fornet-Betancourt: ISBN 978-3-88309-174-7

De gebroken spiegel van de ziel.

Onze wereld
implodeert in ras tempo en zal na al het graaien en maaien nooit meer zijn als
daarvoor. Geld of welzijn, that’s the question.

En als het gaat over welzijn, gaat het om een ‘batalla de ideas’, in goed Nederlands om
zicht en inzicht. Vaak was de literatuur daarbij een leidraad, was het de
slijpsteen van de geest. In de literatuur ging het om een verbijzondering van
het algemene en daartoe werd een persoonlijke geschiedenis – vaak een
persoonlijke tragedie – vervat in een relaas van persoonlijke en
maatschappelijke gebeurtenissen. Verschafte een roman inzicht in consequenties
van gedrag. In literatuur ging en gaat het om conflict en katarsis, ging en
gaat het om fundamenten en fundering.

Maar ook dat
– DE LITERATUUR – lijkt te imploderen. Althans als we afgaan aan op wat de
omgekeerde ijsberg ons te bieden heeft. We zien een bulk aan lektuur, aan ego-tripperij
die niets meer van doen heeft met waar ik hierboven op doelde. En het puntje is
upside-down, is ten onder in een stortvloed aan live-stories, aan meer
van hetzelfde ‘make-me…’.

De boekhandel verwordt in ras tempo tot een doorgeefluik van bestsellers die
uitgevers in de wind zetten. De auteur draait mee als een merk met een beperkte
houdbaarheid.

Ooit schreef Willem Frederik Hermans met bijtend zuur: ‘idealen zijn de kleuren van
een blinde, het oorsuizen van een dove’. Hoe blind moeten we nog worden om weer
kleuren te zien.